ECLI:NL:RVS:2013:BZ0416
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 12 februari 2009 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken met terugwerkende kracht. De vreemdeling verbleef sinds zijn eerste asielaanvraag in 1997 meer dan tien jaar zonder verblijfsvergunning. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege een ondeugdelijke motivering, met name omdat de staatssecretaris niet had ingegaan op de termijn van tien jaren die in het beleid is gesteld.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet had erkend dat het beleid vereist dat aan alle cumulatieve voorwaarden moet worden voldaan om te kunnen spreken van een duurzame situatie waarin artikel 3 EVRM Pro zich verzet tegen uitzetting. Volgens de staatssecretaris had de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat er geen uitzicht is op verandering in Afghanistan en dat hij zich voldoende heeft ingespannen om aan zijn vertrekplicht te voldoen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd omdat de staatssecretaris niet heeft ingegaan op de verstreken termijn van tien jaren. De cumulatieve voorwaarden uit de Vreemdelingencirculaire 2000 moeten volledig worden toegepast. Nu de staatssecretaris zelf constateerde dat aan twee van de drie voorwaarden niet werd voldaan, was nadere motivering over de termijn niet vereist. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.