Uitspraak
201201500/1/A1, stelt de Afdeling voorop dat bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening hoeft te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het thans voorliggende bouwplan aan [locatie 1]. Onbestreden is dat de uitbreiding die in dit bouwplan is voorzien, resulteert in een parkeerbehoefte van 7 extra parkeerplaatsen. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat deze parkeerplaatsen ter plaatse niet op eigen terrein ter plaatse van het perceel kunnen worden gerealiseerd. De toename in de parkeerbehoefte aan de [locatie 2], en de vraag of het daar noodzakelijke aantal plaatsen feitelijk kan worden gerealiseerd omdat naar gesteld ten onrechte geen rekening is gehouden met de verplichte aanleg van afschermend groen, wat daar verder van zij, zijn in dit verband door de rechtbank terecht niet van belang geacht. Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het bouwplan in overeenstemming is met het vereiste uit de bouwverordening, dat parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein.
200804977/1) mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derde-belanghebbende.