ECLI:NL:RVS:2013:BY9928
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek gesubsidieerde rechtsbijstand wegens overschrijding heffingvrij vermogen
Appellante heeft bij de Raad voor Rechtsbijstand een verzoek ingediend om gesubsidieerde rechtsbijstand, dat op 17 september 2010 is afgewezen wegens overschrijding van het heffingvrij vermogen zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb).
Na een ongegrond verklaring van bezwaar en een afwijzende uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Zij voerde aan dat haar vermogen in eigen beheer was opgebouwd om haar hypotheekschuld af te lossen en dat de huidige economische situatie een andere beoordeling zou rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de Wrb geen hardheidsclausule kent en dat het overschrijden van het heffingvrij vermogen leidt tot afwijzing van het verzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om gesubsidieerde rechtsbijstand bevestigd.