ECLI:NL:RVS:2013:BY9221

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201109771/1/A4 en 201203939/1/A4
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 6:15 AwbArt. 20.1 Wet milieubeheerArt. 2.1 Wabo
Verwijzingen
16 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State bij beroep tegen weigering handhaving opslag baggerspecie

Het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp wees verzoeken van Stichting Comité Doesbrug af om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen het opslaan van baggerspecie in een weilanddepot. De stichting stelde dat deze opslag in strijd was met het Besluit bodemkwaliteit en dat daarom een vergunning vereist was volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Het college stelde dat voor de opslag geen vergunning nodig was omdat voldaan werd aan het Besluit bodemkwaliteit, en daarom was handhaving niet aan de orde. De stichting maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het college ongegrond werden verklaard, waarna de stichting beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelde dat deze procedures betrekking hebben op de handhaving van de Wabo en dat het beroep tegen dergelijke besluiten volgens artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij de rechtbank moet worden ingesteld. Omdat het hier niet ging om handhaving van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit, was de Afdeling niet bevoegd om kennis te nemen van de beroepen.

De Afdeling besloot daarom de beroepen door te zenden aan de rechtbank Den Haag voor behandeling en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 23 januari 2013.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de beroepen en zendt deze door naar de rechtbank.

Uitspraak

201109771/1/A4 en 201203939/1/A4.
Datum uitspraak: 23 januari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in de gedingen tussen:
de stichting Stichting Comité Doesbrug, gevestigd te Leiderdorp,
appellante,
en
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluiten van 15 maart 2011 en 20 september 2011 heeft het college verzoeken van de stichting om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot het opslaan van baggerspecie in een weilanddepot ter plaatse van percelen gelegen in de Achthovenerpolder te Leiderdorp afgewezen.
Bij besluiten van 2 augustus 2011 en 20 maart 2012 heeft het college de door de stichting hiertegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Tegen deze besluiten heeft de stichting beroep ingesteld.
Het college heeft twee verweerschriften ingediend.
De stichting heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaken gevoegd ter zitting behandeld op 3 december 2012, waar de stichting, vertegenwoordigd door R.J. Sperna Weiland, en het college, vertegenwoordigd door drs. A.M. Burger en R.V. van Driel, beiden werkzaam bij de Omgevingsdienst West-Holland, zijn verschenen.
Overwegingen
1.    De Afdeling heeft beide beroepen wegens de onderlinge samenhang gevoegd behandeld.
2.    De stichting betoogt dat het college haar verzoeken om handhavend op te treden tegen het opslaan van baggerspecie in het weilanddepot ten onrechte heeft afgewezen. Daartoe voert zij aan dat de baggerspecie in strijd met het Besluit bodemkwaliteit wordt toegepast.
Ter zitting heeft de stichting toegelicht dat haar verzoeken zo moeten worden begrepen, dat, nu de baggerspecie in strijd met het Besluit bodemkwaliteit wordt opgeslagen, daarvoor ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) een vergunning vereist is. Nu voor het opslaan van de baggerspecie in het depot geen vergunning is verleend, is het college volgens de stichting bevoegd en gehouden daartegen handhavend op te treden.
2.1.    Ter zitting heeft het college toegelicht dat zijn besluiten aldus moeten worden begrepen, dat voor het opslaan van de baggerspecie geen vergunning vereist is, nu het opslaan voldoet aan het Besluit bodemkwaliteit. Volgens het college is het dan ook niet bevoegd handhavend op te treden.
3.    Uit het voorgaande volgt dat deze procedures betrekking hebben op de handhaving van de Wabo. Ingevolge artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) staat daartegen beroep open bij de rechtbank. Immers, nu het hier niet gaat om handhaving van de Wet bodembescherming en het daarop gebaseerde Besluit bodemkwaliteit, staat niet ingevolge artikel 20.1, eerste en derde lid, van de Wet milieubeheer, rechtstreeks beroep bij de Afdeling open. Eerst nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan, kan daartegen desgewenst hoger beroep bij de Afdeling worden ingesteld. De Afdeling is dan ook onbevoegd om van de beroepen kennis te nemen.
4.    De Afdeling zal de beroepen, met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Awb, ter behandeling aan de rechtbank Den Haag doorzenden.
5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart zich onbevoegd om van de beroepen kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld    w.g. Van Roessel
Voorzitter    ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2013
457-742.