ECLI:NL:RVS:2013:BY9182
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J.M. Schuyt
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot correctie persoonsgegevens bij IND
Verzoekster heeft bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verzocht om correctie van de ingangsdatum van haar verblijfsdocument, omdat zij meent dat deze onjuist is geregistreerd. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat de ingangsdatum onjuist was geregistreerd en gaf verzoekster gelijk, waarbij zij de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen en een dwangsom oplegde wegens niet tijdig beslissen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de senior procesvertegenwoordiger bevoegd was om het hoger beroep in te stellen. Vervolgens stelde de Afdeling vast dat de persoonsgegevens niet feitelijk onjuist waren geregistreerd, mede op basis van toelichting van de minister en erkenning van verzoekster.
De Afdeling verwierp het standpunt van verzoekster over de onduidelijkheid van de lastgeving en oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was, zodat de dwangsom terecht was opgelegd. Uiteindelijk vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank voor zover het de correctie van persoonsgegevens betrof en verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond. De rest van de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van verzoekster op correctie van persoonsgegevens wordt ongegrond verklaard.