Uitspraak
200206222/1), van de juistheid van die overweging te worden uitgegaan.
200901398/1/H1), bestaat geen verplichting om de richtlijnen van CROW te volgen en mag, indien die richtlijnen zijn toegepast, daarvan gemotiveerd worden afgeweken.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 20 juli 2010 een vergunning aan appellant voor het veranderen van de N282 tussen km 9.300 en km 9.400 ten behoeve van de ontsluiting van een tankstationterrein aan de Rijksweg 111 te Rijen. Hiertegen maakte een vennootschap bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit van 20 januari 2011 vernietigde wegens onvoldoende motivering omtrent verkeersveiligheid.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit waarbij het bezwaar gedeeltelijk werd gegrond verklaard en de verhoogde middengeleider werd doorgetrokken. De vennootschap stelde zich op het standpunt dat het college onvoldoende rekening had gehouden met verkeersveiligheid, het bestemmingsplan, richtlijnen van CROW, en de dubbelzijdigheidseis voor tankstations.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vennootschap belanghebbende is en dat het college de verkeersveiligheid voldoende heeft gemotiveerd, onder meer door verkeerskundige adviezen en maatregelen zoals een verhoogde middengeleider en doorgetrokken strepen. Afwijking van de CROW-richtlijnen is toegestaan mits gemotiveerd, wat hier het geval is. De dubbelzijdigheidseis geldt niet meer als harde voorwaarde. Ook werd geoordeeld dat de vennootschap onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de toekomstige ontwikkelingen van bedrijventerrein en wegverbreding al zodanig concreet waren dat ze in de besluitvorming betrokken moesten worden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergunning voor de ontsluiting van het tankstation is bevestigd.