ECLI:NL:RVS:2013:BY8532
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergoeding planschade na vrijstelling bouwplan
Appellant verzocht om vergoeding van planschade als gevolg van een vrijstelling die bouw van kantoren en woningen op een naastgelegen perceel mogelijk maakte. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing.
Appellant stelde dat ten tijde van aankoop geen concrete beleidsvoornemens bestonden en dat de vrijstelling ruimere bouwmogelijkheden bood dan de bouwverordening. De rechtbank oordeelde echter dat vergelijkbare bebouwing en gebruik al waren toegestaan onder de bouwverordening, mede gelet op het advies van de bezwaarschriftencommissie.
De Raad van State concludeerde dat het planologisch nadeel voor rekening van appellant blijft omdat de situatie bij aankoop al vergelijkbare bouwmogelijkheden bood. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade bevestigd.