ECLI:NL:RVS:2013:BY8523
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag verkorting inschrijftermijn advocaat voor patronaat
Appellant, een advocaat woonachtig te Rotterdam, verzocht de Raad van Toezicht om verkorting van de inschrijftermijn van zeven jaar als advocaat in Nederland, mede gebaseerd op zijn inschrijving als advocaat op de Nederlandse Antillen. De Raad van Toezicht gaf aan dat deze periode buiten beschouwing moest blijven en stuurde een informatieve brief terug, waarna appellant administratief beroep instelde. De Algemene Raad verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant geen aanvraag had ingediend in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het beroep. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat zijn verzoek wel degelijk een aanvraag was waarop een besluit had moeten volgen, zodat rechtsmiddelen openstonden.
De Raad van State stelde vast dat het verzoek van appellant een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb is. De brief van de Raad van Toezicht van 12 januari 2011 was echter geen besluit maar een informatieve mededeling. Daarom kon het administratief beroep tegen die brief niet-ontvankelijk worden verklaard. Wel oordeelde de Raad van State dat de Raad van Toezicht alsnog een besluit moet nemen op het verzoek van appellant om verkorting van de inschrijftermijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met de verplichting voor de Raad van Toezicht alsnog een besluit te nemen op het verzoek tot verkorting van de inschrijftermijn.