Uitspraak
200705490/1), de redelijke termijn als bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de Awb ertoe dient de subsidieontvanger in staat te stellen maatregelen te treffen om de gevolgen van de gehele of gedeeltelijke subsidiebeëindiging te ondervangen.
200609346/1) dat artikel 4:51, eerste lid, van de Awb in beginsel niet zover strekt dat op het subsidiërend orgaan de plicht rust een garantie te verstrekken voor wachtgeldverplichtingen die voortvloeien uit de beëindiging van de subsidierelatie. Niet is gebleken van omstandigheden die ertoe nopen in dit geval van dit van dit beginsel af te wijken. De minister heeft voorts terecht, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 7 juni 2006 in zaak nr. 200505439/1 (www.raadvanstate.nl), naar voren gebracht dat het bepaalde in artikel 4:51 van Pro de Awb niet verplicht tot het hanteren van een dusdanige termijn dat levensvatbaarheid van Stivoro is gegarandeerd.