ECLI:NL:RVS:2013:BY8235
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling datum vergunningverlening voor opvang en medische kosten vreemdeling
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die aanvankelijk werd afgewezen maar later werd ingetrokken en alsnog ingewilligd met terugwerkende kracht. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) weigerde vergoeding van medische kosten die de vreemdeling maakte vóór de datum van het inwilligende besluit. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, maar het COa ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) het recht op opvang en daarmee samenhangende medische kosten pas ontstaat vanaf het moment waarop het besluit tot inwilliging van de verblijfsvergunning is genomen. Omdat de vreemdeling op de datum van de gemaakte medische kosten geen recht op opvang had, bestaat ook geen recht op vergoeding van die kosten.
Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat het recht op opvang en medische kostenvergoeding pas ontstaat vanaf de datum van het besluit tot inwilliging van de verblijfsvergunning.