ECLI:NL:RVS:2013:BY7986
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.H.M. van Altena
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hoger beroep inzake dwangsom bij niet tijdig besluit Wob-verzoek
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw over het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en het college opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Tevens was een dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000, aan appellant toegekend. Appellant verzocht in hoger beroep het college te veroordelen tot betaling van het maximale bedrag van de dwangsom omdat het college volgens hem nog geen besluit had genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zij niet bevoegd is om een partij te veroordelen tot betaling van de door de rechtbank aan haar uitspraak verbonden dwangsom zoals bedoeld in artikel 8:55d Awb. De beoordeling van de verschuldigdheid van de dwangsom behoort tot de burgerlijke rechter. Tevens werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard voor zover het gericht was tegen het niet vaststellen van de dwangsom door de rechtbank. Het college werd gelast het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden.
Deze uitspraak bevestigt de grenzen van de bestuursrechtelijke rechterlijke bevoegdheid bij dwangsommen en wijst partijen op de mogelijkheid om civielrechtelijke procedures te voeren over de betaling van dwangsommen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd voor het verzoek tot veroordeling tot betaling van de dwangsom en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het niet vaststellen van de dwangsom.