ECLI:NL:RVS:2013:986
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep verlenging verblijfsvergunning
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 27 januari 2011 de aanvraag van de vreemdeling af om de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 11 oktober 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het Bureau Medische Advisering (BMA) had moeten raadplegen over de posttraumatische stressstoornis (PTSS) van de vreemdeling, omdat deze stelling niet tijdens de hoorzitting was ingebracht. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit van 11 oktober 2011 zelf.
De Raad van State verwierp de beroepsgronden van de vreemdeling, waaronder het beroep op medische behandeling, mantelzorgafhankelijkheid en het recht op respect voor privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris had terecht geconcludeerd dat het algemeen belang zwaarder woog dan het persoonlijk belang van de vreemdeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.