ECLI:NL:RVS:2013:977
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning Eritrese vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 3 mei 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas ongeloofwaardig achtte vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de Eritrese nationaliteit en herkomst van de vreemdeling, mede gelet op het ontbreken van documenten en tegenstrijdigheden in het relaas. De rechtbank had ten onrechte onvoldoende motivering gegeven waarom de vreemdeling de Eritrese nationaliteit zou bezitten en had het geloofwaardigheidsoordeel van de staatssecretaris onvoldoende terughoudend getoetst.
De Raad stelde vast dat de bewijslast bij de vreemdeling lag om haar herkomst aannemelijk te maken, hetgeen niet was gelukt. Ook de taalvaardigheid in Tigrinya en het beperkte kennisniveau over Eritrese basisbehoeften ondersteunden het oordeel van ongeloofwaardigheid. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.