ECLI:NL:RVS:2013:96
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De vreemdeling was door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en kreeg een inreisverbod opgelegd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege het gelijktijdig aanhangig zijn van twee beroepen tegen hetzelfde besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat de wet dit niet voorschrijft. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit inhoudelijk.
De vreemdeling voerde aan dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was vanwege een onrechtmatige staandehouding voorafgaand aan de inbewaringstelling, maar de Afdeling stelde dat dit de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit niet aantast. Ook het uitvaardigen van het inreisverbod werd door de Afdeling bevestigd, aangezien er een risico bestond dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen gebruik maakte van de mogelijkheid om om humanitaire redenen af te zien van het inreisverbod en dat de duur van het inreisverbod van twee jaar passend was, waarbij de vreemdeling voldoende gelegenheid had gehad om individuele omstandigheden aan te voeren.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.