ECLI:NL:RVS:2013:898
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing kosten bestuursdwang en last onder bestuursdwang pleziervaartuig
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost legde appellant A kosten in rekening voor bestuursdwang toegepast op zijn pleziervaartuig, dat in strijd met de Verordening op het binnenwater 2010 was afgemeerd. Appellant A voerde bezwaar en beroep aan tegen deze kosten en het bestuursdwangbesluit. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit over de kosten, met opdracht tot hernieuwd besluit.
In hoger beroep betoogde appellant A dat hij aan de last onder bestuursdwang had voldaan door het pleziervaartuig voor anker te leggen in plaats van afgemeerd, en dat de kostenverhoging onrechtmatig was. De Raad van State oordeelde dat het voor anker liggen feitelijk neerkwam op het blijven stil liggen op dezelfde plaats en dus niet voldeed aan de last. De rechtbank had dit niet goed beoordeeld, maar het oordeel bleef dat bestuursdwang terecht was toegepast.
Het beroep van appellant B werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar was gemaakt. De kosten van bestuursdwang werden opnieuw vastgesteld, waarbij de Raad van State oordeelde dat het dagelijks bestuur de kosten niet onrechtmatig had verhoogd en de motivering over sleepkosten voldoende was. Een vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat het primaire besluit niet was herroepen. Het hoger beroep van appellant A werd ongegrond verklaard, dat van appellant B gegrond maar niet-ontvankelijk, en de uitspraak van de rechtbank over appellant B vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant A wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het kostenbesluit bestuursdwang wordt afgewezen.