ECLI:NL:RVS:2013:892
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geloofwaardigheid asielrelaas en vernietiging uitspraak rechtbank
De minister voor Immigratie en Asiel wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht had. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het toetsingskader van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vereist dat verklaringen van een asielzoeker in beginsel geloofwaardig worden geacht, tenzij er omstandigheden zijn die dat tegenspreken. De rechtbank had vastgesteld dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht had, maar dit oordeel stond vast omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld.
De staatssecretaris voerde aan dat het asielrelaas niet geloofwaardig was vanwege tegenstrijdigheden in een brief van een lokale autoriteit en onwaarschijnlijkheden in het verhaal van de vreemdeling. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht had.
Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.