ECLI:NL:RVS:2013:836
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dwangsom verwijdering zeecontainers en hekwerk Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan [appellante] een last onder dwangsom op om acht zeecontainers en een hekwerk op haar perceel te verwijderen vanwege het ontbreken van een omgevingsvergunning. Het bezwaar en beroep van [appellante] werden door het college en de rechtbank ongegrond verklaard.
De Raad van State oordeelt dat de zeecontainers als bouwwerken vergunningplichtig zijn vanwege hun plaatsgebonden karakter en dat het hekwerk hoger was dan de toegestane 2 meter zonder vergunning. Handhavend optreden door het college was daarom bevoegd en proportioneel, ondanks het belang van [appellante] bij het gebruik van de containers.
De Raad stelt echter vast dat het besluit tot invordering van de dwangsom ten onrechte aan de gemachtigde is gericht, terwijl deze niet de overtreder is. Hierdoor is het beroep van [appellante] tegen dit invorderingsbesluit gegrond en niet-ontvankelijk verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vernietiging van het invorderingsbesluit en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd wegens onrechtmatige adressering; het handhavingsbesluit tegen de zeecontainers en het hekwerk wordt bevestigd.