ECLI:NL:RVS:2013:804
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat adequate opvang in Afghanistan aanwezig is voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Bij besluiten van 9 september 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel aanvragen van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) om een verblijfsvergunning asiel en regulier afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de beroepen gegrond verklaarde voor zover zij de weigering van de verblijfsvergunning asiel betrof. De rechtbank had deze beroepen ongegrond moeten verklaren en de besluiten in stand moeten laten. Tevens is geoordeeld dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat er in Afghanistan adequate opvang aanwezig is voor de amv's, omdat zij familie tot in de vierde graad hebben en het beleid geen vergewisplicht vereist dat de opvang daadwerkelijk geregeld is.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.