ECLI:NL:RVS:2013:8
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.G. Drupsteen
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na boete Wet arbeid vreemdelingen
Appellante kreeg een boete van €24.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar en beroep werd het besluit vernietigd en het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af, waarop appellante hoger beroep instelde.
Appellante stelde dat zij directe schade had geleden door juridische kosten, telefoonkosten en uren van haar bestuurder, alsmede gevolgschade door bedrijfsstagnatie, voortijdige verkoop van bouwgrond en kosten door beslaglegging. De rechtbank oordeelde dat de directe kosten onder artikel 8:75 Awb Pro vielen en reeds adequaat waren behandeld, en dat de gevolgschade onvoldoende aannemelijk was gemaakt als direct gevolg van het boetebesluit.
De Raad van State bevestigde dit oordeel. Het rapport van adviesbureau Exitus bood geen voldoende verband tussen het boetebesluit en de gestelde stagnatie of verminderde verkoopopbrengsten. Ook de kosten door executoriaal beslag waren niet direct gevolg van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding door appellante na oplegging van de boete.