ECLI:NL:RVS:2013:794
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 29 juli 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die op 25 april 2012 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit van de staatssecretaris onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas van de vreemdeling geen positieve overtuigingskracht had, mede vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen en ongeloofwaardigheden over het tijdstip en de wijze van rekrutering.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 29 juli 2011 alsnog ongegrond. De vreemdeling had onvoldoende onderbouwd dat hem bij terugkeer een behandeling wacht die in strijd is met artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.