ECLI:NL:RVS:2013:790
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Tamil
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 28 juni 2011 de aanvraag van de vreemdeling, een Tamil, om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. Hoewel Tamils als groep verhoogde aandacht vragen, vereist het asielrecht een individuele beoordeling van het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk een individualiseerbare vrees had voor een schending van zijn rechten bij terugkeer naar Sri Lanka.
Daarmee was het standpunt van de minister dat de vreemdeling geen rechtsgrond had voor een verblijfsvergunning terecht en deugdelijk gemotiveerd. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.