ECLI:NL:RVS:2013:780
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenberoep tegen afwijzing verzoek uitzetting achterwege blijft
De zaak betreft het hoger beroep van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die de beroepen van twee vreemdelingen tegen afwijzing van hun verzoeken om uitzetting achterwege te laten, gegrond verklaarde. De vreemdelingen hadden bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister waarin hun verzoeken op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werden afgewezen.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister ten onrechte het risico op suïcide en infanticide bij terugkeer naar Ethiopië onvoldoende had betrokken bij de beoordeling, mede vanwege een onvolledig medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). De minister stelde dat het BMA-advies wel degelijk rekening hield met de medische situatie en dat er geen sprake was van een medische noodsituatie die een schending van artikel 3 EVRM Pro zou rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank het eerdere BMA-advies terecht onvoldoende inzichtelijk had bevonden, maar dat het nieuwe BMA-advies wel degelijk rekening hield met de medische situatie van vreemdeling 1. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond, maar oordeelde dat de beroepen van de vreemdelingen ongegrond zijn omdat geen sprake is van een medische noodsituatie of een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De Afdeling wees voorts het beroep van vreemdeling 2 af omdat er geen medische deskundigheid vereist was voor diens situatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.