ECLI:NL:RVS:2013:769
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: zicht op uitzetting naar Togo ontbreekt
De vreemdeling werd op 23 mei 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond, maar de vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat het zicht op uitzetting naar Togo ontbreekt, omdat hij sinds 2007 bezig is met het verkrijgen van documenten en meerdere malen is gepresenteerd bij de Togolese autoriteiten zonder dat hem een laissez passer is verstrekt. De staatssecretaris stelde dat de nationaliteit en identiteit van de vreemdeling nog worden onderzocht en dat er voldoende aanknopingspunten zijn voor uitzetting.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. Gezien het ontbreken van een reactie op het concept-MoU en het feit dat in eerdere jaren geen laissez passer is afgegeven, werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De vrijheidsontnemende maatregel is inmiddels opgeheven, zodat een bevel daartoe achterwege blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt alsnog toegewezen wegens ontbreken van zicht op uitzetting.