ECLI:NL:RVS:2013:658
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 10 november 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. In hoger beroep betoogde hij dat het asielrelaas van de vreemdeling ongeloofwaardig is, mede omdat het asielrelaas van haar zoon, waarop zij zich beroept, in een eerder besluit als ongeloofwaardig was beoordeeld. De rechtbank had dit volgens hem ten onrechte niet erkend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas van de vreemdeling ongeloofwaardig is, mede vanwege het ontbreken van authenticiteit van de overgelegde documenten. De grieven van de staatssecretaris slaagden, het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 juli 2013.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.