ECLI:NL:RVS:2013:63
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling komt niet in aanmerking voor opvang na afwijzing verstrekkingen
De vreemdeling had een aanvraag ingediend bij het COa om verstrekkingen te ontvangen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005, welke op 13 maart 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat er nieuwe omstandigheden waren, waaronder een voorlopige maatregel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en gewijzigde jurisprudentie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat bij een besluit van gelijke strekking als een eerder afwijzend besluit, alleen toetsing mogelijk is indien nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen zijn aangevoerd. In deze zaak zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen, aangetoond.
De voorlopige maatregel van het EHRM leidt niet tot de status van asielzoeker volgens de toepasselijke richtlijnen en wetgeving. Het eerdere besluit van afwijzing en ongewenstverklaring is in rechte onaantastbaar geworden. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.