ECLI:NL:RVS:2013:626
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N.S.J. Koeman
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende bewijs na standplaatsvergunning
Appellant vroeg een schadevergoeding aan nadat het college een standplaatsvergunning aan een concurrent had verleend, waardoor hij volgens eigen zeggen schade had geleden. Het college liet het verzoek aanvankelijk buiten behandeling, herzag dit en wees het verzoek uiteindelijk af wegens onvoldoende bewijs van de gestelde schade.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellant stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld en dat hij voldoende bewijs had geleverd, waaronder facturen en omzetoverzichten.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk schade had geleden. De overgelegde stukken waren onvoldoende representatief voor de relevante periode en locatie. Ook was er geen bewijs dat het college onzorgvuldig had gehandeld. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van een klein bedrag aan proceskosten in eerste aanleg, maar niet voor de kosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende bewijs.