ECLI:NL:RVS:2013:605
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.C. van Sloten
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking keuringsbevoegdheid RDW
Bij besluit van 5 december 2012 heeft de RDW de bevoegdheid van verzoeker om periodieke keuringen uit te voeren voor voertuigen tot 3500 kg voor zes maanden ingetrokken. Verzoeker maakte bezwaar, dat op 3 mei 2013 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van verzoeker op 28 juni 2013 gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen van de intrekking.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat de intrekking niet zou worden geëffectueerd totdat in de bodemprocedure een beslissing zou zijn genomen. Tijdens de zitting op 18 juli 2013 verschenen partijen, waarna de zaken werden gesplitst.
De voorzitter oordeelde dat geen reden bestond om aan te nemen dat de intrekking in de bodemprocedure niet in stand zou blijven. De overtreding bestond uit het niet tijdig beschikbaar zijn van de 4-koloms hefinrichting voor de steekproefcontrole, wat een overtreding van artikel 31, vijfde lid, onder d, van de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK oplevert. Overmacht zoals aangevoerd door verzoeker deed hieraan niet af.
De voorzitter stelde vast dat de RDW op grond van het geldende beleid terecht tot intrekking van de keuringsbevoegdheid mocht overgaan. Het beleid houdt rekening met ernst van overtredingen en bedrijfseconomische belangen. Het financiële nadeel voor verzoeker vormt geen grond voor voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de keuringsbevoegdheid wordt afgewezen.