ECLI:NL:RVS:2013:592
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning en keuringsbevoegdheid APK na overtreding
De RDW heeft op 21 januari 2013 de erkenning en bevoegdheid van appellant voor het uitvoeren van APK-keuringen van voertuigen tot 3500 kg ingetrokken vanwege een overtreding waarbij een voertuig ten onrechte als goedgekeurd werd afgemeld. De intrekking betrof zes weken voor de erkenning en twaalf weken voor de keuringsbevoegdheid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door de RDW ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelde appellant in het gelijk door de besluiten van 22 maart 2013 te vernietigen, maar liet de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht om voorlopige voorzieningen.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid van de RDW, gebaseerd op een systeem van cusumbijdragen en een Toezichtbeleidsbrief, rechtmatig was toegepast. De fout van appellant om een voertuig onjuist af te melden was voor eigen risico. Financiële gevolgen van de sancties vormen geen bijzondere omstandigheid die een uitzondering rechtvaardigt.
Daarom werden de hoger beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen. De uitspraken van de voorzieningenrechter werden bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de erkenning en keuringsbevoegdheid en wijst het hoger beroep en verzoeken om voorlopige voorzieningen af.