ECLI:NL:RVS:2013:584
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening voorschot huurtoeslag na overlijden
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst van 19 september 2011, waarin het voorschot huurtoeslag over 2011 voor zijn overleden zus was herzien vastgesteld op € 1.517,00. De Belastingdienst verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen binnen de bezwaarperiode.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hem door de Belastingdienst was meegedeeld dat bezwaar niet mogelijk was, en hij derhalve geen verschoonbare termijnoverschrijding had.
Appellant stelde dat hem telefonisch was medegedeeld dat hij geen bezwaar kon maken omdat de woning niet op zijn naam stond, maar dit werd niet bewezen. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de Belastingdienst het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Een inhoudelijke behandeling van het bezwaar is daardoor niet aan de orde.
De door appellant overgelegde brief over een ander belastingbesluit is niet relevant voor deze zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.