ECLI:NL:RVS:2013:584

Raad van State

Datum uitspraak
31 juli 2013
Publicatiedatum
31 juli 2013
Zaaknummer
201300682/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening voorschot huurtoeslag na overlijden

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst van 19 september 2011, waarin het voorschot huurtoeslag over 2011 voor zijn overleden zus was herzien vastgesteld op € 1.517,00. De Belastingdienst verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen binnen de bezwaarperiode.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hem door de Belastingdienst was meegedeeld dat bezwaar niet mogelijk was, en hij derhalve geen verschoonbare termijnoverschrijding had.

Appellant stelde dat hem telefonisch was medegedeeld dat hij geen bezwaar kon maken omdat de woning niet op zijn naam stond, maar dit werd niet bewezen. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de Belastingdienst het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Een inhoudelijke behandeling van het bezwaar is daardoor niet aan de orde.

De door appellant overgelegde brief over een ander belastingbesluit is niet relevant voor deze zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

201300682/1/A2.
Datum uitspraak: 31 juli 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 december 2012 in zaak nr. 12/2539 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Belastingdienst/Toeslagen.
Procesverloop
Bij besluit van 19 september 2011 heeft de Belastingdienst het aan [zus] verleende voorschot huurtoeslag over 2011 herzien vastgesteld op € 1.517,00.
Bij besluit van 16 mei 2012 heeft de Belastingdienst het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 17 december 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De Belastingdienst heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 22 juli 2013.
Overwegingen
1. [zus] van [appellant], heeft op 28 mei 2006 een aanvraag huurtoeslag ingediend voor de woning [locatie] te Amsterdam (hierna: de woning). Op 16 januari 2011 is zij overleden. [appellant] is de enige erfgenaam van zijn zus. Op 1 september 2011 heeft hij haar huurtoeslag met ingang van 1 juni 2011 doen stopzetten.
Bij het besluit van 19 september 2011 heeft de Belastingdienst het aan [zus] verleende voorschot huurtoeslag over 2011 herzien en vastgesteld op € 1.517,00. Over de periode van 1 juni tot en met 31 december 2011 is geen voorschot huurtoeslag verleend.
Bij brief van 3 april 2012 heeft de Belastingdienst [appellant] kenbaar gemaakt dat het openstaande bedrag van de beschikking huurtoeslag 2011 is gewijzigd door een betaling.
Op 3 april 2012 heeft [appellant] een bezwaarschrift ingediend. Bij het besluit van 16 mei 2012 heeft de Belastingdienst dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
2. De rechtbank heeft, gezien het in het bezwaarschrift vermelde beschikkingsnummer, vastgesteld dat het door [appellant] gemaakte bezwaar door de Belastingdienst is opgevat als bezwaar tegen het besluit van 19 september 2011, met beschikkingsnummer 0820.39.653.T.11.0.0022. Ter zitting bij de rechtbank heeft [appellant] desgevraagd niet verduidelijkt tegen welk ander besluit hij bezwaar zou hebben gemaakt, zodat de rechtbank ervan is uitgegaan dat [appellant] bezwaar heeft gemaakt tegen voormeld besluit.
3. Niet in geschil is dat [appellant] niet binnen de daarvoor gestelde termijn bezwaar heeft gemaakt.
4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Belastingdienst het door hem tegen het besluit van 19 september 2011 gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hiertoe voert hij aan dat hem door de Belastingdienst telefonisch te kennen is gegeven dat hij geen bezwaar kon maken tegen het besluit van 19 september 2011, omdat de woning niet op zijn naam stond. Dit brengt met zich dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, aldus [appellant].
4.1. Nu [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem door een medewerker van de Belastingdienst is meegedeeld dat hij geen bezwaar kon maken tegen het besluit van 19 september 2011, slaagt zijn betoog reeds hierom niet. Niet is gebleken dat [appellant] niet in staat was tijdig bezwaar te maken of een derde in te schakelen om hem hierin bij te staan. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de Belastingdienst het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en is terecht niet toegekomen aan inhoudelijke behandeling van de door [appellant] ingediende beroepsgronden.
5. De door [appellant] overgelegde brief van 19 juni 2012, die betrekking heeft op een besluit van de Inspecteur der Belastingen over de aftrekbaarheid van vervoerskosten, kan, nu deze geen verband houdt met het thans aanhangige hoger beroep, door de Afdeling niet worden beoordeeld.
6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van staat.
w.g. Bijloos w.g. Bindels
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2013
85-735