ECLI:NL:RVS:2013:572
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding tewerkstellingsvergunningplicht bij grensoverschrijdende intra-concernuitlening
Bij besluiten van 18 mei 2011 legde de minister aan appellanten elk een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na gedeeltelijke herroeping door de minister werden de boetes vastgesteld op €8.000 per appellant. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de tewerkstellingsvergunningplicht van artikel 2 Wav Pro van toepassing is op grensoverschrijdende intra-concernuitlening van werknemers uit derde landen. Appellanten stelden dat de vergunningplicht in strijd is met de vrijheid van dienstverrichting binnen de EU en dat de verplaatsing van de werknemer deel uitmaakte van een opleidings- of ontwikkelingsprogramma.
De Raad van State overwoog dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie, met name het arrest Vicoplus, de vergunningplicht niet uitsluit bij intra-concernuitlening van werknemers uit derde landen. De verplaatsing van de werknemer was het doel van de dienstverrichting, zodat de vergunningplicht terecht werd toegepast. Ook het betoog dat de boetes onredelijk en onevenredig zijn vanwege dubbele bestraffing werd verworpen, omdat de appellanten afzonderlijke rechtspersonen zijn met eigen vermogens.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes van €8.000 per appellant wegens overtreding van de tewerkstellingsvergunningplicht.