ECLI:NL:RVS:2013:564
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan Landelijk Gebied
Bij besluit van 22 februari 2011 kende het college een tegemoetkoming in planschade toe aan belanghebbende vanwege een vrijstelling in het bestemmingsplan "Landelijk Gebied" die het mogelijk maakte een agrarisch bedrijf te vestigen nabij zijn woning. Appellante maakte bezwaar tegen deze tegemoetkoming en stelde dat het planologische regime vergeleken had moeten worden met het oude bestemmingsplan uit 1971, en dat de schade niet voor vergoeding in aanmerking kwam omdat de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen voorzienbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de vergelijking van het planologische regime correct was gemaakt met het bestemmingsplan dat gold op het moment van de wijziging in 2008 en niet met het oude plan uit 1971. Verder werd geoordeeld dat hoewel het oude plan beperkte bouwmogelijkheden bood, het niet voorzienbaar was dat een groot agrarisch bedrijf met een ligboxenstal van 1.100 m² zou worden opgericht.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 31 juli 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.