ECLI:NL:RVS:2013:557
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig gevaar voor veiligheid gezinsleden
De burgemeester legde appellant een huisverbod op na een melding van huiselijk geweld jegens zijn echtgenote, waarbij hij de woning moest verlaten en gedurende tien dagen geen contact mocht hebben met zijn gezin. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het huisverbod een ingrijpend instrument is dat slechts kan worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen in de woning. De burgemeester baseerde het besluit op de verklaring van de echtgenote, die door de politie op ambtsbelofte was opgenomen. De Afdeling zag geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring, ondanks het ontbreken van letsel en het medicijngebruik van de echtgenote.
Appellant voerde aan dat hij rustig was gebleven tijdens zijn aanhouding en dat zijn echtgenote hem vroeg terug te keren, maar dit bood geen inzicht in de eerdere gebeurtenissen. Ook het argument dat de echtgenote niet in staat was voor de kinderen te zorgen werd verworpen, omdat Bureau Jeugdzorg bevestigde dat er geen aanwijzingen daarvoor waren.
De Afdeling concludeerde dat de burgemeester in redelijkheid het huisverbod kon opleggen en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het huisverbod aan appellant wordt bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn gezin.