ECLI:NL:RVS:2013:543
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat feitelijke gezinsband voor mvv-aanvraag niet aannemelijk is gemaakt
De minister heeft op 4 april 2011 de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De vreemdelingen, waaronder vreemdeling 1 en zijn vermeende gezinsleden, hadden mvv aangevraagd voor verblijf bij een referent met een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de feitelijke gezinsband niet was aangetoond.
De Raad van State stelt echter vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk is gemaakt, mede omdat vreemdeling 1 en de referent tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
De brief van de staatssecretaris van 2 april 2013, die nieuw beleid zou bevatten, kan niet worden betrokken bij de beoordeling omdat deze na de uitspraak van de rechtbank dateert. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.