ECLI:NL:RVS:2013:525

Raad van State

Datum uitspraak
23 juli 2013
Publicatiedatum
31 juli 2013
Zaaknummer
201204457/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R. van der Spoel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 29 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens veiligheidssituatie in Afghanistan

De minister voor Immigratie en Asiel wees op 16 november 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw af. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank 's-Gravenhage. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.

De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over de veiligheidssituatie in de provincie Helmand in Afghanistan aan de hand van een eerdere uitspraak en concludeerde dat de situatie daar niet voldoet aan de criteria voor bescherming op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.

De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 16 november 2011 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

201204457/1/V1.
Datum uitspraak: 23 juli 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (hierna: de minister),
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Middelburg, van 5 april 2012 in zaak nr. 11/40058 in het geding tussen:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, (hierna: de vreemdeling)
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 16 november 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 5 april 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorgangers.
1.1. De door de staatssecretaris in de grieven opgeworpen rechtsvraag over de veiligheidssituatie in Afghanistan heeft de Afdeling beantwoord in de uitspraak van 22 mei 2013 in zaak nr. 201111523/1/V2. De door de vreemdeling overgelegde stukken geven geen grond voor een ander oordeel. De staatssecretaris heeft zich dan ook terecht op grond van de in het besluit neergelegde motivering op het standpunt gesteld dat zich in de provincie Helmand in Afghanistan niet de situatie voordoet waartegen artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vreemdelingenwet 2000 bescherming biedt.
De grieven slagen.
2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 16 november 2011 ongegrond worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Middelburg, van 5 april 2012 in zaak nr. 11/40058;
III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, ambtenaar van staat.
w.g. Van der Spoel w.g. Schuurman
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2013
488-734.