ECLI:NL:RVS:2013:523
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens ontbreken rechtsgeldig terugkeerbesluit
De vreemdeling kreeg op 9 februari 2012 een terugkeerbesluit opgelegd door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, waarin hij werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het terugkeerbesluit van 9 februari 2012 geen rechtsgevolg had, aangezien het besluit van 2 januari 2012 was gewijzigd door het latere besluit. Echter, omdat het besluit van 2 januari 2012 later is ingetrokken, moet ook het terugkeerbesluit van 9 februari 2012 als ingetrokken worden beschouwd.
Verder stelt de Raad dat het inreisverbod niet rechtsgeldig kan zijn zonder een geldig terugkeerbesluit, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingenwet 2000. Omdat het terugkeerbesluit ontbrak, vernietigt de Raad het inreisverbod en verklaart het hoger beroep gegrond. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod van 9 februari 2012 wordt vernietigd wegens het ontbreken van een rechtsgeldig terugkeerbesluit.