ECLI:NL:RVS:2013:52
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie en Asiel werd afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde aanvankelijk dat de minister een besluit met een gebrekkige motivering had genomen en gaf de minister gelegenheid dit te herstellen. Later verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het Bureau Medische Advisering had moeten verzoeken om een gemotiveerd advies over de effectiviteit van medische behandeling in Burundi. De brief van de behandelaar van de vreemdeling bevatte geen concrete onderbouwing waarom Burundi geen veilige behandelomgeving zou zijn.
De Afdeling vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd.