ECLI:NL:RVS:2013:507
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding bouwvergunningplicht op woonwagenlocatie
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven legde de erven een last onder dwangsom op omdat zij zonder vergunning bouwwerkzaamheden hadden verricht op een woonwagenstandplaats. De erven betwistten dit en voerden onder meer aan dat sprake zou zijn van een bestaande woonwagen die niet vergunningplichtig is.
De rechtbank verklaarde het beroep van de erven ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was op te treden omdat de werkzaamheden vergunningplichtig waren en er geen vergunning was verleend. De door de erven aangevoerde nieuwe gronden in hoger beroep werden niet ontvankelijk verklaard.
Ook het beroep tegen de invordering van de dwangsom werd ongegrond verklaard. De erven konden geen concrete toezeggingen van het college overleggen en het niet kunnen betalen van de dwangsom of het niet kunnen uitvoeren van de last vormde geen reden om van invordering af te zien.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot invordering van de dwangsom, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit tot invordering van de dwangsom worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.