ECLI:NL:RVS:2013:473
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
Appellant verzocht om naturalisatie, maar dit verzoek werd door de minister afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit werd ondersteund door het feit dat er een openstaande strafzaak tegen appellant liep en dat hij door de strafrechter een geldboete en een voorwaardelijke hechtenis was opgelegd.
Appellant stelde dat hij onschuldig is en in hoger beroep is gegaan tegen de strafrechterlijke uitspraak. Tevens voerde hij aan dat de LOVS-richtlijnen en het normbedrag voor geldboetes niet juist waren toegepast en dat het voorwaardelijke deel van de straf niet meegeteld mocht worden. Ook wees hij op het ontbreken van eerdere strafbare feiten als bijzondere omstandigheid.
De Raad van State oordeelde dat het bestaan van een openstaande strafzaak en de opgelegde sanctie voldoende grond vormden voor ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde. Het hoger beroep tegen de strafrechterlijke uitspraak en het ontbreken van eerdere veroordelingen vormen geen bijzondere omstandigheden die afwijken van het beleid rechtvaardigen. De LOVS-richtlijnen en de hoogte van de geldboete behoeven geen toepassing zolang de strafzaak niet onherroepelijk is.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.