ECLI:NL:RVS:2013:447
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming faunaschade door Faunafonds
Het Faunafonds wees een verzoek om tegemoetkoming in schade veroorzaakt door kolganzen, grauwe ganzen en smienten af. De rechtbank oordeelde dat het Faunafonds onterecht aannam dat na 12 maart 2011 nog gebruik werd gemaakt van de vrijstelling voor verjaging, omdat daarvoor onvoldoende feiten of objectieve gegevens waren.
Het Faunafonds stelde in hoger beroep dat de taxateur op verschillende data schade had vastgesteld en dat er aanwijzingen waren dat de vogels nog aanwezig waren, maar de Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat deze aanwijzingen onvoldoende waren om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. De Afdeling overwoog onder meer dat het begraasde gras en de waarneming van vogels in de omgeving niet bewijzen dat de vogels op het perceel zelf aanwezig waren.
Verder werd vastgesteld dat het verzoekschrift tijdig was ingediend en dat het ontbreken van een einddatum voor de verjaging niet betekent dat de verjaging nog noodzakelijk was. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het Faunafonds tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Faunafonds wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.