ECLI:NL:RVS:2013:411
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatie- en Dhw-vergunning De Chocoladebar wegens ernstig gevaar volgens Wet bibob
De curator van De Chocoladebar B.V. stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de intrekking van de exploitatievergunning en de weigering van de Drank- en Horecawet-vergunning door burgemeester en dagelijks bestuur bevestigde.
De vergunningen waren ingetrokken en geweigerd op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob), vanwege het ernstige gevaar dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten. Dit gevaar werd onder meer gebaseerd op de betrokkenheid van een persoon met een strafrechtelijke achtergrond en een zakelijk samenwerkingsverband met De Chocoladebar.
De rechtbank had geoordeeld dat het bestuursorgaan terecht het ernstige gevaar aannam en daarom niet hoefde te volstaan met het verbinden van voorschriften aan de vergunningen. De curator voerde aan dat dit onvoldoende was, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak verworpen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking en weigering van de vergunningen wegens ernstig gevaar op misbruik volgens de Wet bibob.