ECLI:NL:RVS:2013:409
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunningverlening voor verandering betoncentrale onder Wet milieubeheer
Het college van gedeputeerde staten van Groningen verleende op 26 juli 2011 een vergunning aan de vergunninghoudster voor het veranderen van een betoncentrale te Sappemeer. De appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing zou zijn en dat het college onterecht voorschriften had ingetrokken en vervangen.
De Raad van State oordeelde dat de aanvraag om vergunning was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wabo en dat op de voorbereiding en vaststelling van het besluit daarom de Wet milieubeheer van toepassing was. Het college had terecht artikel 8.24 van de Wet milieubeheer toegepast en geen ambtshalve intrekking op grond van artikel 8.23. Verder verwierp de Raad het beroep dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het afzag van ambtshalve intrekking.
Ook het beroep dat de vergunning niet had mogen worden verleend vanwege de nabijheid van de puinbreekinstallatie tot de woning van appellant en de toepassing van de VNG-brochure faalde, omdat deze brochure geen bindende normen bevat voor de Wet milieubeheer. Nieuwe gronden die appellant ter zitting aanvoerde, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor de betoncentrale wordt ongegrond verklaard.