ECLI:NL:RVS:2013:399
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- E. Helder
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Reactieve aanwijzing motorcrossterrein in bestemmingsplan Buitengebied Someren niet gegrond
Het college van burgemeester en wethouders van Someren gaf een reactieve aanwijzing aan de gemeenteraad met betrekking tot het motorcrossterrein in het bestemmingsplan Buitengebied Someren. Deze aanwijzing hield in dat het motorcrossterrein niet als zodanig mocht worden bestemd vanwege strijd met de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011, met name artikel 2.1 en artikel 11.12, en vanwege aantasting van de ecologische hoofdstructuur (EHS).
Het gemeentebestuur, appellant sub 2 en de vereniging Motor- en Autoclub Lierop stelden beroep in tegen deze aanwijzing. Zij voerden onder meer aan dat het motorcrossterrein al decennialang bestond, dat er geen bouwmogelijkheden waren en dat het terrein geen wezenlijke aantasting van de EHS zou veroorzaken. Ook werd betoogd dat artikel 11.12 van de Verordening 2011 onverbindend verklaard zou moeten worden omdat het een algeheel verbod op lawaaisportterreinen in het buitengebied inhoudt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de aanduiding van het motorcrossterrein als nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in strijd is met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik zoals neergelegd in artikel 2.1 van de Verordening 2011. De bescherming van de EHS en de ecologische waarden rechtvaardigt de reactieve aanwijzing. Het gebruik onder overgangsrecht leidt niet tot gerechtvaardigde verwachtingen dat het terrein als motorcrossterrein bestemd moet worden. Ook werd geoordeeld dat artikel 11.12 van de Verordening 2011 niet onverbindend is en dat het college terecht de reactieve aanwijzing gaf. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de reactieve aanwijzing voor het motorcrossterrein worden ongegrond verklaard.