ECLI:NL:RVS:2013:394
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verblijfsvergunning zelfstandige afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing wezenlijk Nederlands belang
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 1 juni 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 4 november 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de aanvraag niet voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie had voorgelegd. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldeed aan het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang, mede omdat hij geen volledig onderbouwd ondernemingsplan had overgelegd.
De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris terecht van de vreemdeling mocht verlangen dat hij aanvullende stukken, zoals een oprichtingsakte en onderbouwing van de organisatie en financiële plannen, zou overleggen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aanvraag van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het wezenlijk Nederlands belang.