ECLI:NL:RVS:2013:388
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 12 augustus 2010 aan verzoekster een boete van €88.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de boete verlaagd tot €79.200. Zowel verzoekster als de minister gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Verzoekster vroeg vervolgens bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening, waarbij zij verzocht de rechtsgevolgen van de boete op te schorten totdat het hoger beroep was beslist. Tijdens de zitting op 8 juli 2013 werd dit verzoek besproken.
De voorzitter oordeelde dat verzoekster onvoldoende had onderbouwd dat betaling van de boete tot financiële problemen zou leiden, waardoor het spoedeisend belang ontbrak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.