ECLI:NL:RVS:2013:361
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbouwing berging tot woning zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven legde aan appellant een last onder dwangsom op om de verbouwing van een berging tot woning op een standplaats te beëindigen, omdat hiervoor geen omgevingsvergunning was verleend. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat de verbouwing onder het overgangsrecht viel en dat er sprake was van een rechtens te honoreren verwachting op basis van toestemming door een beleidsmedewerker.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het overgangsrecht geen vergunning vervangende titel oplevert en dat het college terecht handhavend optreedt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezegging is gebleken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de onevenredigheid van handhaving worden verworpen.
Verder is de opgelegde dwangsom van €5.000 in redelijke verhouding tot het geschonden belang en de begunstigingstermijn van twaalf weken passend. De invordering van de dwangsom wordt eveneens bevestigd, ondanks het beroep van appellant dat zij deze niet kan betalen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de handhavingsmaatregel en de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.