ECLI:NL:RVS:2013:3584
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling maakte bezwaar tegen de verlenging van zijn bewaringsmaatregel, omdat de rechtbank niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn uitspraak had gedaan. Volgens artikel 94, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 dient de rechtbank binnen zeven dagen na sluiting van het onderzoek uitspraak te doen, zonder mogelijkheid tot verlenging.
De rechtbank had het onderzoek op 5 augustus 2013 gesloten, maar deed pas op 13 augustus 2013 uitspraak, waardoor de termijn werd overschreden. Er waren geen feiten of omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigden. De Raad van State oordeelde dat hierdoor de inbewaringstelling vanaf 13 augustus 2013 onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het verlengingsbesluit gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van onrechtmatige bewaring.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 september 2013.
Uitkomst: De verlenging van de bewaringsmaatregel wordt vernietigd wegens termijnoverschrijding, de maatregel opgeheven en een vergoeding toegekend.