ECLI:NL:RVS:2013:354
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde op 12 augustus 2010 aan verzoekster een boete van €16.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van verzoekster gegrond, vernietigde het oorspronkelijke besluit en stelde de boete vast op €14.400,-. Verzoekster stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 8 juli 2013. Verzoekster stelde dat betaling van de boete tot financiële problemen zou leiden, maar kon dit niet onderbouwen. De voorzitter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek om opschorting van de boete af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 11 juli 2013 door voorzitter Troostwijk, in aanwezigheid van ambtenaar van staat Woestenburg-Bertels.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.