ECLI:NL:RVS:2013:350
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde op 12 augustus 2010 aan verzoekster een boete van € 32.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar en beroep werd de boete door de rechtbank Noord-Nederland op 21 maart 2013 verlaagd naar € 28.800. Zowel verzoekster als de minister gingen in hoger beroep.
Verzoekster vroeg de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening die de rechtsgevolgen van de boete zou opschorten totdat het hoger beroep was beslist. Tijdens de zitting op 8 juli 2013 werd dit verzoek behandeld.
Verzoekster stelde dat betaling van de boete tot financiële problemen zou leiden, maar heeft dit niet onderbouwd. De voorzitter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek dan ook af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter H. Troostwijk en ambtenaar van staat C.M. Woestenburg-Bertels op 11 juli 2013.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.