ECLI:NL:RVS:2013:332
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid gevaarlijke of zinloze bescherming
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 25 mei 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het asielrelaas van de vreemdeling, waaronder bedreigingen door het Mehdi-leger en stammen, geloofwaardig is, maar dat deze bedreigingen niet vallen onder de gronden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. De staatssecretaris had voldoende onderzocht of in Irak in het algemeen bescherming wordt geboden en de vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos is.
De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris zich niet zonder nader onderzoek op dat standpunt mocht stellen. Daarnaast had de rechtbank onterecht overwogen dat de staatssecretaris de vrees voor wraakneming niet had beoordeeld. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De Afdeling wees ook op de Vreemdelingencirculaire 2000 waarin staat dat bescherming binnen de eigen stam of via autoriteiten kan worden verwacht, en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat deze bescherming niet beschikbaar was. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.