ECLI:NL:RVS:2013:33
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 3 maart 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De staatssecretaris betoogde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, met name over de vraag of de Nepalese autoriteiten bescherming konden bieden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld en dat het besluit van 3 maart 2011 voldoende was gemotiveerd. De Raad toetste vervolgens de overige beroepsgronden van de vreemdeling en verwierp deze, omdat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er in Nepal een situatie bestond die bescherming op grond van de Vreemdelingenwet 2000 rechtvaardigde.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.